Kijk ook eens op

Volg ons



Mooie Mario steelt show bij Gran Fondo Alé la Merckx

Dinsdag 19 juni 2018

Cyclo - Ik zal me maar even voorstellen, ik ben Erik Jan Jansen, of aan de diverse Italiaanse organisaties ligt, Gozinusjansen, Gozinus Hendrik of Erik Jansen. Ik ben 51 jaar oud, zo'n vijf kilo te zwaar, voorzien van een paar dikke polderkuiten en op de Corso Porta Nueva in Verona vliegen ze al met honderden tegelijk langs me heen. Links, rechts, waar ik ook kijk, allemaal proberen ze koste wat het kost langs me heen te komen. Alsof ik er iets aan kan doen dat ik zojuist helemaal vooraan gestart ben, om in het kielzog van Eddie Merckx en andere grootheden, het gevecht aan te gaan met mezelf in mijn eerste Italiaanse wedstrijd ooit. Eigenlijk behoor ik nu vakantie te vieren op het mooie Sardinië, maar mijn vrouw vond het een goed idee dat ik de uitnodiging zou accepteren van wielerkledingfabrikant Alé, om de Gran Fondo Alé la Merckx te rijden.

'De oude meester'

Eddie Merckx, het is de tweede maal dat ik voor cyclingonline een tocht fiets die zijn naam draagt. Vorig jaar zag ik de grote meester tijdens zijn 'Kannibalentocht' (link naar artikel) slechts kort. Niet langer dan de korte klik van de camera, hij alle aandacht voor de telefoon aan zijn oor, ik brede glimlach naast hem. Deze keer zie ik hem pas na afloop op de foto van onze start. Hij moet in de laatste minuten voor het startsein schielijk zijn aangeschoven. Bijna niemand heeft hem dezer dagen gezien, het gaat niet goed met de oude kampioen lijkt het. Gisteren, tijdens een kort ritje met andere oud-profs, van nog geen 30 kilometer lang, moest hij omhoog gedrukt worden door zijn vrienden op het enige bultje van de dag.  Bij het officiële diner ter ere van de oude meester blijft zijn plek, op het terras van het beroemde sterrenrestaurant Vittorio Emanuele, de hele avond leeg. 

Zijn afwezigheid valt de meeste genodigden niet eens op, ze worden volledig ingepakt door de aanwezigheid van die andere grote kampioen, de Italiaanse held Mario Chipollini. 'Mooie Mario' nog immer de showman die hij altijd al was, trekt alle aandacht naar zich toe. Gezeten aan de rand van het terras, zijn glimmende fiets nonchalant tegen de tafel leunend, Italiaanse schone aan zijn zij, is hij het middelpunt van de belangstelling. Voorbijgangers gaan bijna met elkaar op de vuist om met de veertigvoudige Touretappewinnaar op de foto te kunnen. 

'Start of eindsprint?'

We hebben vandaag 125 kilometer en ruim 2500 hoogtemeters voor de boeg en dat terwijl de temperatuur oploopt tot zo'n graad of 30. Met een bak herrie, Cipollini's schone ratelt in rap Italiaans in een microfoon het ene na het andere verhaal af terwijl luidsprekers opzwepende muziek onze richting opstuwen, gaan we in een wolk van kleurige confetti van start. Er lijkt maar één gemeenschappelijk doel te bestaan: zo snel mogelijk onderaan de eerste klim komen. Er wordt gereden alsof de eindsprint al moet worden ingezet. Ik ben als dertigste gestart maar spartel bij het verlaten van Verona al ergens op een vijftienhonderdste plek; wat een absoluut gekkenhuis, dit heb ik nog nooit meegemaakt! Achteraf zie ik op Strava dat er gemiddeld 39 kilometer in het uur op mijn teller staat voor de rush naar die eerste klim. Het is ook daar waar het peloton uit elkaar spat in een kakofonie van schakelende versnellingsapparaten. De klim is namelijk geen lange maar wel een pittige, in amper drie kilometer overbrug ik 270 hoogtemeters. De klim van Garganago naar San Giorgo di Valpolicella geeft me hoop, ik ben inmiddels gewend aan het Campagnolo schakelsysteem van mijn Cippolini leenfiets en mijn benen draaien soepel. De stress van de eerste 20 kilometer zakt weg, het is nu mijn beurt om op hun fiets harkende Italianen in te halen.

Ik heb me van tevoren bewust niet verdiept in het parcours, ik laat me liever verrassen door het onbekende. Zen en de kunst van het fietsen, ik kan het heel goed, trappen als een robot met een zich repeterend muziekje in een verder leeg hoofd, de ademhaling en hartslag regelmatig. Zo leg ik ook de kilometers voor de eerste afdaling af, de benen malend op de trappers. Als de weg plots scherp naar beneden buigt is bijna 5 kilometer lang opletten geblazen, het gaat tussen de 7 en 8% de diepte in. Onderin de beugels, de blik strak op de weg voor me, betrap ik mezelf erop dat ik hardop aan het zingen ben, "fly me to the moon" klinkt het vals tussen de bomen. Mijn hele lijf jubelt, wat is het fantastisch om hier te mogen fietsen!

De volgende klim kondigt zich onverwachts aan, een bocht naar rechts en plots fiets ik "de klim van de Kannibaal" op. Het is een apart wedstrijdonderdeel van deze Gran Fondo, een tijdrit van 9,5 kilometer lang. Zo'n 8 tot 12%, met uitschieters tot 15% lees ik achteraf op de site van de organisatie. Om me heen kraken versnellingen en renners, ik ben nu diegene die ook rechts inhaalt als voor me een renner plots een zwaai naar links maakt in een poging overeind te blijven. De route is tot nu toe vrij van auto's, maar dit is het moment dat een grote luxe Landrover met de bestickering van een wielervereniging zich door de renners heen probeert te wurmen. De bestuurder heeft ongetwijfeld een van de vele verkeersregelaars verrast maar komt niet veel verder dan een meter of tien voor me. De uitlaatgassen zijn een marteling voor de longen en ik ben blij als een politieman het voertuig verderop een omleidingsroute aanwijst. 

Bovenaan is er weinig tijd om te genieten van het uitzicht, het parcours duikt meteen de meest technische en steile afzink in. Tussen de bomen heb ik al mijn aandacht nodig voor het kronkelende stuk met scherpe bochten en stukken van 10%. Ik haal er mijn hoogste snelheid, 80 in het uur. Tegenliggers zijn er niet, vanwege het gevaar heeft de organisatie deze afdaling afgesloten voor ander verkeer. Bovenaan staat een boom van een verkeersregelaar met een grote vlag, geen auto die er langs komt, beneden is het de plaatselijke politie met doordringende blik en een fluit in de mond. Ik ben beide dankbaar. Zeker als blijkt dat deze afzink twee keer genomen moet worden tijdens deze Gran Fondo.

Na de afdaling raak ik plots een groot deel van mijn gezelschap kwijt als blijkt dat bijna iedereen om me heen kiest voor de korte afstand. De wedstrijd kent twee afstanden, een Medio Fondo van 80 en de Gran Fondo van 125. Het is kennelijk een beslissend moment voor de meesten: na twee fikse klimmen ervoor kiezen om nog ruim 75 kilometer door te ploeteren of afdalen en met 20 kilometer voor de boeg naar de finish rijden. Opgeven is geen optie, de benen voelen nog goed en ik sla zonder aarzelen de 'lange' route in. Om me heen wordt het rustig en alleen begin ik aan de laatste klim van de dag. Die blijkt ruim 20 slopende maar prachtige kilometers lang te zijn en ik ben verrast als ik bij een van de bevoorradingsplekken collega-journalist Willem tegen het lijf loop. Hij is een ervaren Gran Fondo-rijder en betitelde deze editie eerder nog als 'vooral niet te moeilijk'. Het tegendeel blijkt waar, als ik de Groninger vraag of hij 'al op de terugweg is' blijkt de klim hem in de houdgreep te hebben. Even later tref ik hem opnieuw als er plots in het landschap een Cipollini-leenfiets naast een liggende koe opduikt. Ik spot een streepje bekende wielerkleding en vermoed even een intiem koeienknuffelmoment te verstoren maar het blijkt niet het geval. Willem ligt ontspannen met een grasspriet tussen de tanden te genieten van het uitzicht. Vooral niet te moeilijk.

Inmiddels ben ik ingehaald door twee auto's met het opschrift 'einde wielerwedstrijd'. Volgens de regels is dat het moment dat ik zou moeten afstappen en mijn rugnummer moet afspelden maar ik laat het zitten. Niet alleen is de komst van deze auto's erg vroeg, ik weet ondertussen dat ik de uiterste aankomsttijd van 15.00 uur zonder problemen ga halen, ik tref beide voertuigen een paar kilometer verderop langs de kant van de weg, de bestuurders voorovergebogen onder de openstaande motorkap van een van de wagens. Ik besluit dat het voor mij geen "fina gara ciclistica' meer is met het passeren van deze pechvogels en vervolg mijn weg door het boomloze landschap. 

Hoewel het me beter af gaat dan ik verwacht had is het een opluchting als ik het hoogste punt van de klim bereik. Veel tijd om daarvan te genieten is er niet, het wegdek naar beneden is zo slecht dat ik in de vijfde bocht een stukje berm meepak, mijn voorwiel weigert te sturen op het totaal verpulverde asfalt. Gelukkig blijf ik overeind en zie dat ik niet de enige ben die hier aan het worstelen is, ik passeer een renner die vlak voor me een zwieper maakt en met een stomverbaasde blik naar de weg staart. Even  Frank Sinatra's 'fly me to the moon' niet in mijn hoofd, Dan duikt de grote verkeersregelaar met zijn dito vlag weer op, tijd voor de laatste keer over dat lastige stuk. Ik volg al een kilometer of wat een renster en haar partner en blijf ze volgen. Het wordt een groepje van zes dat op het vlakke met een noodgang over 'Strada Provinciale' vol gaten en putdeksels richting Verona scheurt. 

'de laatste hobbel'

De groep spat op een paar kilometer voor de finish uit elkaar als de laatste hobbel opduikt. "Een laatste hobbel? Er waren toch maar drie klimmen" schiet het door me heen en dan begrijp ik het.  Benauwd voor een massasprint van honderden deelnemers heeft de organisatie besloten tot een aankomst heuvelop. Ik vind ergens nog een paar verse benen en weet er zelfs nog een eindsprint uit te persen. Na de finish van de fiets willen diezelfde benen nog verder, gewend aan de cadans van de pedalen. Onrustig trappelen ze onder me als ik een bekertje fruit wegwerk. Dan is het tijd om de risotto-party in het prestigieuze Palazzo della Gran Guardia op de zoeken. Daar tref ik mijn journalistieke lotgenoten, een blad vol eten en een aantal ijskoude biertjes. Als mijn bord leeg is komt het besef, dit was het, mijn eerste Italiaanse Gran Fondo. Ik heb het gehaald, in 5 uur en 24 minuten, ruim anderhalf uur voor de officiële sluiting. Het smaakt naar meer!

Info:

In 2019 staat de volgende editie van deze Gran Fondo weer op de agenda. Deelnemen kost 50 euro bij een vroege online inschrijving, 60 euro voor de late beslissers. Voor dat geld krijg je niet alleen een perfecte verzorging onderweg, de Gran Fondo heeft 5 bevoorradingsplekken waar je uitgebreid eten en drinken kunt pakken maar ook een geheel verzorgde warme maaltijd achteraf op de 'risotto party'. Daarnaast krijg je bij het ophalen van je rugnummer een aardig cadeaupakket mee. Dat bevatte dit jaar een superlichte windbody (60 gram) uit de Alé-collectie van 2019 een paar mooie wielersokken en een bidon. De die-hard kan daarnaast nog een complete set Gran Fondo Alé la Merckx aanschaffen, een shirt, broek, sokken en handschoenen. Wat dat kost weet ik niet, ik kreeg het van Alé cadeau. 

Om deel te nemen aan een Italiaanse Gran Fondo moet je in het bezit zijn van een licentie, een basislidmaatschap van de KNWU is niet voldoende. Heb je geen licentie, geen probleem, je kunt op de dag zelf nog een daglicentie aanschaffen voor 15 euro. De kans bestaat dan wel dat je een gezondheidsverklaring moet overleggen. De organisatie heeft zich te houden aan de regels van de Gran Fondo-afdeling van de UCI en wordt daarbij scherp in de gaten gehouden. Wij journalisten bleken geen van allen over de gewenste licentie te beschikken en mochten uiteindelijk na ingrijpen van Alessia, de directrice van Alé, wel van start, maar zonder registratiechip. 

Meer info over deze Gran Fono op www.alelamerckx.it (even zoeken en je hebt de Engelse versie te pakken) 

Geschreven op de 73e verjaardag van Eddy Merckx, Fertlia, Sardinië. Muziek Janis Joplin. 

 


Eerder...

Cyclo Nieuwsberichten

Powered by Manieu.nl