Volg ons

Facebook  Instagram  YouTube

Op verkenning door WK-stad Leuven

Vrijdag 10 september 2021

WK Wielrennen - Op 25 en 26 september worden de wedstrijden voor vrouwen en mannen op het WK Wielrennen in België verreden. Met een start in Antwerpen eindigt de wedstrijd vlak naast studentenkroeg Fakbar Gnorgl op de Geldenaaksevest in Leuven. Krap een maand voor het startschot wordt gelost neemt cyclingonline.nl een kijkje in en rond Leuven.

Op 26 augustus jongstleden zet Laurenz Rex tijdens de Druivenkoers de snelste tijd neer op de Bekestraat. Of de 21-jarige renner van Bingoal Pauwels Sauces zijn zinnen heeft gezet op de Strava KOM is niet bekend. Wel dat hij in 1 minuut en 3 seconden over de kasseien naar de kruising met de Duisburgsesteenweg knalt. Zijn inspanning wordt beloond met een achtste plaats in het eindklassement. Winnaar Remco Enevenpoel heeft die dag  twee seconden langer nodig om de 510 meter lange strook ellende te overbruggen.

Bekestraat Eizer

Het is maar goed dat ik bovenstaande tijden niet in mijn hoofd heb als ik er een week later omhoog hobbel tijdens de verkenning van het WK parcours voor cyclingonline.nl. Het kost me uiteindelijk 2 minuut 40 om boven te komen, ik ken deze kasseienklim niet en hou me in om energie te sparen. Ik heb geen idee van de percentages, weet niet dat het gemiddelde ergens rond de 7% ligt met een piek van 15%. Ik nog geluk ook, het is prachtig weer, droog met een heerlijk zonnetje. Toch voel ik hoe mijn achterwiel meermaals onder me vandaan dreigt te stuiteren.

Dat ik deze klim niet ken is niet vreemd. Zelfs man van de streek Sven Nys moest onlangs bekennen dat hij nog nooit van de Bekestraat had gehoord. De oud-renner met tienduizenden trainingskilometers door de regio in zijn benen had nog nooit de afslag van de IJzerstraat genomen. Helemaal gek is dat niet, het verhaal gaat dat de kasseien van deze klim jarenlang verscholen waren onder een dikke laag asfalt. Totdat besloten werd ze weer tevoorschijn te toveren in een poging het Vlaamse gevoel terug te brengen in het landschap. Het resultaat was een helse klim over schots en scheef liggende kasseien. De renners gaan straks in het WK niet meer over dat helse wegdek. In de aanloop naar het WK is de hele strook opnieuw aangelegd. Volgens critici is de helletocht naar boven verworden tot een zondagswandeling naar de hemel.

Moskesstraat Terlanen

Of de renners het straks met deze critici eens zijn als ze er twee keer overheen moeten is nog niet bekend. Deskundigen zien de Bekestraat als een van de twee plekken waar de beslissende slag kan vallen. Die slag kan ook vallen op de Moskesstraat in Terlanen. Het is de kasseienklim die de renners na het passeren van de Smeysberg als eerste oprijden voordat ze naar de Bekestraat rijden. De Moskesstraat is een 'oude bekende', het punt waar Mathieu van der Poel vorig jaar met Julian Alaphilippe weg reed tijdens de Brabantse Pijl. Een vervelende klim, die met een procent of 3, 4 begint en alsmaar steiler wordt. De laatste meters zijn zelfs 17%, zo lastig dat zelfs ervaren hierboven genoemde ervaren rotten even slingerend op hun ros zitten.

Zelf heb ik deze klim voor cyclingonline.nl al eens eerder gefietst, in 2019 tijdens een Brabantse Pijl verkenning. Die keer was het vele malen lastiger om boven te komen, we fietsen in de regen over spiegelgladde kasseien omhoog. Op de fiets blijven zitten was een ware kunst, maar deze keer gaat het een stuk soepeler. Bij het oprijden van de strook zag ik meteen al, ook deze klim is in aanloop van het WK 'heraangelegd'. De kasseien liggen keurig in het gelid in een gelijksoortig bedje van zand. De Belgische kopman Wout van Aert bekritiseerde de herbestrating. “Vorig jaar kon je er door de slechte kasseien niet en danseuse naar boven rijden, nu kan je er vlammen."

De Smeysberg

Rechtsafslaand van de L. Kriegelstraat in Huldenberg duikt ie dreigend tussen de huizen op. Het is de Smeysberg, vast pandoer bij koersen als de Brabantse Pijl en de Druivenkoers. Met maximaal 17% een klim die zowel geliefd als gehaat wordt. De afgelopen jaren bouwde ik een voorzichtige band op met deze Vlaamse pukkel. Reeds

vier maal fietste ik er tegenop. De eerste keer tijdens een drijfnatte editie van de Brabantse Pijn toertocht in 2015. Daarna ging ik elke twee jaar wel een keer de strijd aan tegen deze kuitenbuiter. Tijdens de WK verkenning zet ik mijn beste tijd neer, 2 minuut 22 met een gemiddelde van 16,1 kilometer. Schamele cijfers, de mannen die straks het WK rijden doen het in de helft van mijn tijd.

Flandrien Circuit

De drie bovengenoemde klimmen maken deel uit van de zogenaamde Flandrien Circuit, een lus die de renners tijdens het WK twee maal vanuit Leuven oprijden. Op deze lus rijdt het peloton naar Huldenberg, Terlanen, door de 'S-bocht' in Overijsse richting Eizer, Tervuren en dan langs Duisburg naar de Veeweidestraat richting Loonbeek om vervolgens via Neerijse terug te keren naar Leuven.

De vier kuitenbijters in Leuven centrum

Dat het in Leuven allesbehalve vlak is merk je als bezoeker al snel. Als ik door het centrum fiets moet ik terugdenken de zomer van 1988, de allereerste keer dat ik deze historische studentenstad bezocht. Zonder enige voorbereiding ben ik vanuit Zutphen naar Leuven gefietst. Op een oude Peugeot van mijn vader, in gezelschap van een toenmalige schoonvader, een ervaren wielrenner voor wie het ritje niet meer is dan een simpel toertochtje. Ik herinner me regen en slechte wegen, een Hans Anders jasje van de ETP uit Zutphen en vooral heel veel spierpijn. Een week lang waggel ik met moeite door het centrum.

Na de verkenning van de lokale ronde die de renners tijdens het WK maar liefst acht (!) keer rijden is er gelukkig geen spierpijn. Onderweg komen ze vier korte maar steile klimmen tegen. Om de verkenning een beetje uitdagend te maken beklim ik ze op een Gazelle damesfiets met haperende versnellingen. Als de renners vanuit Antwerpen Leuven binnenrijden komen ze als eerste de Wijnpers tegen. Het is een flinke kuitenbijter. De straat gaat over zo'n 300 meter recht de lucht in, gemiddeld 8,3% met zo'n 10% aan het eind. Op de krakkemikkige stadsfiets doe ik er 1 minuut 52 over. Ter vergelijking, Wout van Aert noteerde er al eens 31 seconden. Overigens ben ik wel benieuwd hoe hard hij op mijn Gazelle omhoog zou komen.

Na de Wijnpers komt een smalle klim op de deels van kasseien voorziene Sint-Antoniusberg. Een unieke klim, als gewone weggebruiker mag je deze eenrichtingsweg alleen maar afdalen. Om toch te beleven hoe de klim is neem ik de naastgelegen Ramberg. Voor de liefhebber ook een hele fijne kasseienklim, kort maar niet meer dan fietsbreed aan het einde. Dan is het tijd voor de Keizersberg (9%), een aardige klim langs de muren van de gelijknamige abdijkerk. De de licht oplopende Leopold Decouxlaan is de volgende, met een gemiddelde van 2,4% over anderhalve kilometer behoort het tot één van de makkelijker klimmen.

Voordat de renners richting de Smeysberg gaan voor een ronde op het Flandrien Circuit wordt nog één keer de Wijnpers genomen. Terugkomend in Leuven volgen er vier lokale ronden beginnend met de Sint-Antoniusberg en opnieuw eindigend met de Wijnpers. Na opnieuw een ronde over het Flandrien Circuit is het tijd voor de finale, tweeëneenhalf rondje beginnend met de Sint-Antoniusberg. Als deze klim naast de kerk voor de derde keer is genomen gaat het richting de finish op de lichthellende Geldenaaksevest.

Leuven is meer!

Boek en tentoonstelling

De Leuvense wielerhistorie is vastgelegd in het cahier 'Leuven en Koers', een uitgave van het Leuvens Stadsarchief. Het is een prachtig boekwerk vol historische foto's dat de lezer meesleept in de roerige geschiedenis van het wielrennen in Leuven. De stad bracht enkele Vlaamse wielerhelden voort, zoals fietspionier Joseph Delin, die later ook een eigen fietsfabriek begon. En natuurlijk de man naar wie een bekende koers genoemd werd, Jef 'Poeske' Scherens. Maar ook mannen als Ward Van Dijck, Georges Claes en local hero Jasper Stuyven. Hij zal tijdens het WK kopman Wout van Aert ondersteunen, maar in Leuven wordt stiekem gehoopt dat Stuyven zijn kans grijpt en als eerste over de meet komt.

Je vindt het cahier onder andere hier 

Een van de schrijvers van 'Leuven en koers' is kilometervreter Nan van Zutphen. Deze oorspronkelijk in Geleen geboren 70-jarige Leuvenaar heeft de strakste wielerkuiten die ik in jaren zag. Hij kent niet alleen alle aspecten van de Leuvense wielerhistorie, Nan schreef er als student in 1970 al over en koerste jarenlang bij de Masters maar ook elke enigszins fietsbare strook in de wijde omgeving van de stad. Een tochtje in zijn wiel is ware gepassioneerde tijdreis.

Nan is ook een van de vrijwilligers achter Allez, Allez! Koers in Leuven: een openluchttentoonstelling rond de Velodroom aan de Brusselsestraat. Dit tijdelijke kunstproject en wielerpiste op het terrein waar vroeger het ziekenhuis stond, brengt degeschiedenis van het Leuvense wielrennen tot leven met een serie van informatieborden. Via QR-codes is extra beeld- en videomateriaal te zien. Voor de echte wielerliefhebber, het commentaar bij de video's is Michel Wuyts. Daarnaast kun je op de Velodroom zelf rondjes fietsen en ervaren hoe het is om bovenaan de steile wand van de piste te rijden. En daar hoef je geen wielerfiets voor mee te nemen, ik reed zelf enkele rondjes op mijn gammele Gazelle damesfiets. Wie niet waagt die komt nergens toch?

https://www.30cc.be/velodroom

Bier en koers: Brouwerij de Coureur

Aan de Borstelsstraat 20 in Kessel-Lo, een stadsdeel achter het Leuvense station, vind je buurtbrouwerij De Coureur. Zoals de naam al aangeeft ademt deze brouwerij absolute liefde voor bier en koers uit. De Coureur is een nog piepjonge brouwerij, opgezet door Bart Delvaux en Ine Van der Stock. Het idee voor de brouwerij ontstond toen de twee een aantal jaren in Chicago woonden en werkten. Een ernstig fietsongeluk reed een voorgenomen trektocht in de wielen gereden. Hobbelend op krukken was de reikwijdte beperkt tot de stad van Al Capone. Daar ontdekten de twee al snel het verschijnsel brewpub, kleine lokale bierbrouwers met een bescheiden horecagelegenheid. De ontdekking leidde er toe dat beiden hun banen opzegden en terugkeerden naar de buurt van hun jeugd, Kessel-Lo. Daar werd een oude en leegstaande garage gevonden en omgebouwd tot brewpub.

In De Coureur doet alles denken aan de koers. Overal hangen fietswielen, sturen of complete frames aan de muur op plafond. De bieren die Bart en Ine brouwen hebben ook allemaal een koersgerelateerde naam. 'Fris aan de start', "Colleke', 'Souplesse' en "Kuitenbijter', het zijn een aantal van de bieren die je kunt proeven. De allerleukste manier om dat te doen is door een proefplankje te bestellen. Dit plankje, ook wel Peletonneke genoemd, geeft je zonder meteen op de kop te staan, een perfect idee van de coureurskwaliteit van Bart en Ine. Het mooie is dat je er ook wat snacks bij krijgt, snacks die zijn gemaakt van het overblijfsel van het brouwproces.

Mocht je na het lezen van dit naar je lokale bierspeciaalzaak rennen om te kijken of je een flesje op de kop kunt tikken? Helaas, het bier van De Coureur is alleen ter plekke verkrijgbaar, vers van het vat. Je kunt er wel wat meenemen, in een bidon van 1,9 liter of eventueel een blik, maar hou er rekening mee dat het niet lang houdbaar is. Mocht je iets verlangen dat wel houdbaar is, koop dan een De Coureur koersklak (€10,-) of een paar 'Hoppysocks' (€12,-). Een persoonlijke aanrader, tenslotte zitten we allemaal graag gesoigneerd op de fiets toch?

Meer? 

BROUWERIJ COUREUR

Mocht je nou meerdere brouwerijen op de fiets willen bezoeken? Dan is er een mooie bierfietstocht uitgezet:

 

 



Eerder...

WK Wielrennen Nieuwsberichten

Powered by Manieu.nl