Volg ons

Facebook  Instagram  YouTube

Blog Tour d'Azerbaidjan: bijkomen in Baku

Maandag 08 mei 2017

Blog - Een onwerkelijke stilte vanmorgen voor het hotel in Baku. Er staan geen ploegauto's meer op de parkeerplaats, geen bontgekleurd wielershirt in zicht en in de dining room heeft de pasta op het buffet plaatsgemaakt voor lokale spijzen. Vannacht hebben we afscheid genomen van de gezichten die deze week zo vertrouwd werden. In sommige gevallen van de vriendelijke knik in het voorbijgaan, in andere gevallen van nieuwe vrienden voor de rest van ons leven. Of in ieder geval bij de volgende koers. 

We hebben vijf intensieve dagen in een bijzondere wereld geleefd waarin maar één ding telde, KOERS. Hotelkamers waar telefoons ons op onchristelijke tijden wakker maakten, slaperige koppen voor overvolle liften, schommelende, hobbelende én vooral veelvuldig bruusk remmende busjes naar weer een start of finish, een speurtocht naar informatie via een krakekende en piepende koersradio en WiFi, kleine ergernissen of afspraken die niet worden nagekomen, spoorloos verdwenen chauffeurs en busjes, en vooral veel Italiaans. Het is de voertaal van de koers deze week en komt vooral vaak niet uit de mond van geboren Italianen. Oekraïense en Letse mecaniciens, Japanse of Poolse renners of een Venezolaanse ploegleider. 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik in de laatste etappe dat ik bij laatstgenoemde in de team auto terecht kom. Tomás Aurelio Gil Martínez, voormalig coureur en huidig ploegleider van het Italiaanse Wilier Triestina - Selle Italia team, ontmoet ik op de heenreis als we in de rij staan voor de incheckbalie van het vliegveld in Parijs. Omgeven door een enorme hoeveelheid bagage, één renner en een masseur, hebben we beiden problemen om aan boord te komen. Het personeel achter de balie weet zich geen raad met de ingepakte fietsen en koelbox vol met bidons en eten van Tomás én met de verkeerd gespelde naam op mijn ticket. De connectie is gemaakt en blijft. zoals dat gaat, in stand.

Na een aantal dagen voor de koers uitrijden ben ik op zoek naar meer actie en die vind ik in de auto van de vriendelijke Tomás. Hij heeft me beloofd een plek vrij te houden in zijn Skoda en heeft woord gehouden. Vanaf het hotel rijden we naar de start en maken ons op voor een wedstrijd met een spannende finish. Terwijl het om ons heen een grote drukte is van renners op zoek naar hun wagens en ploegleiders is het bij ons verdacht stil. Al snel blijkt waarom, de zes renners van de ploeg staan nog bij het hotel. Zij hebben meerdere oproepen en berichten van hun ploegleider gemist en staan nu met een lekke achterband te wachten. Er zit niet anders op en met een noodgang scheuren we terug naar het hotel aan de rand van Baku. Daar wordt het wiel gewisseld en onder begeleiding van een politiemotor scheuren we weer terug naar de start. Het verkeer is een gekkenhuis maar de agent wijst elke automobilist die zich tussen ons en de renners probeert te voegen met een streng gebaar naar de kant. We komen op tijd voor de start en er is zelfs nog tijd voor de renners om zich in te schrijven.

De etappe deze dag is de slotrit van het Azerbaidzjaanse wieleravontuur en begint met een lange lus over het schiereiland van Baku en eindigt met 5 lokale ronden van rond de 16 kilometer. Zoals verwacht begint de koers onrustiug, het regent aanvallen terwijl we richting het keerpunt rijden. Als er uiteindelijk een kopgroep weet weg te komen keert de rust terug. Voor de mecanicien achterin is het tijd om met het thuisfront te bellen. Via een videoverbinding   worden wij voorgesteld aan de vrouw en wordt de inhoud van het lunchpakket in beeld gebracht en in rap Italiaans van commentaar voorzien. De conclusie is duidelijk, de pot thuis is een stuk beter. De pasta en de piandine smaken daar zoals het hoort.

Dan is het plots tijd voor actie, de koersradio geeft aan dat een van de renners om ons vraagt. Het gaspedaal gaat tot aan de bodemplaat en een paar seconden later zijn we aan de staart van het peloton. De renner wil informatie over het parcours, hij heeft deze morgen waarschijnlijk vergeten om een blik te werpen in het rondeboek. Als hij een blik op de uitgescheurde en op net dashboard geplakte plattegrond heeft geworpen laten wij ons voorzichtig afzakken en verdwijnt de renner in de buik van het peloton. Het afzakken gaat niet snel, met de raampjes naar beneden is er tijd voor een kort praatje of opmerking bij elke teamauto die we passeren. Het is een zonnige warme dag die ik zal eindigen met een typische DS (direttoro sportivo) arm, één arm rood van de zon, de andere bleek en wit.

Dan rijden we Baku binnen en gaat het voor de eerste keer richting de finishlijn. We maken ons op voor meerdere passages en de spanning neemt toe. De eerste keer over de kasseienklim in de oude binnenstad is een waar feest voor elke wielerliefhebber. Links en rechts klappen renners uit het peloton dat zich door de smalle en bochtige straatjes wringt. We rijden in een automaat en als Tomas gas geeft vliegen we met gierende banden omhoog. Tot grote schrik van het publiek langs de kant, ze vergeten zelfs even om met de hier altijd alom aanwezige nationale vlag te zwaaien. Dan komen we aan het tweede deel van de klim, waar over twee weken het Formule 1 circus met hoge snelheden langs zal scheuren. We passeren renner na renner, slachtoffers van het slagveld in de oude stad. Wanhopig vechten ze om weer aan te sluiten bij het peloton. 

Ook wij proberen ook om bij die staart van dat peloton te komen, we zijn net als de rest van de ploegwagens achterop geraakt. Als de jury toestemming geeft gaat het gaspedaal opnieuw tot aan de bodemplaat en schieten we met piepende banden weg. Vanaf dit moment zal het niet anders gaan, achterstand door de vele versnellingen in het peloton en met vliegende vaart terugkomen. 

Voor de aanvang van de laatste ronde stap ik bij de finish uit de auto. Mijn plek is nodig voor de masseur die al die tijd bovenop de klim in de 'feeding zone' staat. Hij moet mee terug naar de finish. Ik ren naar de finish waar ik een kwartier later het team van de Israël Cycling Academy met een mooie solo naar een winst zie rijden. Als ook het peloton over de meet is ren ik achter Dennis van Winden aan en interview hem. Dat lukte de afgelopen twee dagen niet, daarvoor zat hij te kapot en fietste hij zoals hij het zelf zegt 'gewoon door' zonder acht te slaan op een hijgende bepakte journalist van CyclingOnline.nl. 

De sfeer na de finish is opgelaten, de beoogde winnaar heeft inderdaad gewonnen, de Israëlische ploeg van van Winden pakte twee overwinningen en iedereen is opgelucht. Vanavond is het feest. 

Dat feest eindigt voor mij ergens rond half drie (half één Nederlandse tijd) als de volgepakte vrachtwagens gevolgd door een afgeladen touringcar vol slaperige renners en begeleiders het terrein van het hotel hebben verlaten. 

De maandag is leeg. Ik heb geen zin meer, ik wil gewoon naar huis, ik mis mijn wederhelft verschrikkelijk. Dat gaat nog wel even duren. Vannacht vertrek ik om 2 uur plaatselijke tijd naar het vliegveld. Met een beetje geluk ben ik 18 uur later thuis. Maar eerst ga ik met, hoe kan het ook anders, twee Italianen de stad verkennen. Want daar was nog geen tijd voor. Misschien kan ik vanavond nog een stukje hardlopen... 

Tekst en foto: © Erik Jan Jansen

 

 

 


Eerder...

Blog Nieuwsberichten

Powered by Manieu.nl