Volg ons

Facebook  Instagram  YouTube

Fundament onder Nederlands vrouwensucces wankelt

Woensdag 18 september 2019

Blog - In tegenstelling tot anderen ben ik helemaal niet pessimistisch over de opvolging van de huidige succesvolle lichting vrouwen. Kijk naar de successen bij de junior-vrouwen - waar zich telkens maar nieuwe toppers aandienen - en kijk naar de rensters die zich op latere leeftijd pas met succes ontplooien zoals Annemiek van Vleuten en nu ook Demi Vollering.

Een grotere zorg is - en ja ik zei het al eerder - dat met het eindelijk volop professionaliseren van de vrouwensport, de Nederlandse wedstrijden aan hun lot worden overgelaten. Vooruit de Amstel Gold Race - vanwege het kunnen aanschurken tegen de succesvolle manneneditie - de Ronde van Drenthe en de (nu nog door Boels gesponsorde) Ladies Tour worden als Women's WorldTour-wedstrijden nog wel gedoogd. Maar organisatoren die het niveau daaronder organiseren of een nationale wedstrijd op de kalender brengen zien het vrouwenpeloton nog net om de hoek verdwijnen, een stofwolk achterlatend voor de volgende Belgische wedstrijd, die naast de mannen- ook de vrouwen ontdekte. Die qua naam bij de media en het publiek bekend klinkt, maar in tegenstelling tot Nederlandse alternatieven geen vrouwenhistorie heeft. Met dank ook aan de VRT, die deze wedstrijden uitzendt. Waar natuurlijk alleen maar respect voor moet zijn. 

Maar leg je oor eens te luister bij de organisatoren van vrouwenwedstrijden als de Healthy Ageing Tour (aan hun lot overgelaten door de komst van Parijs-Roubaix), de Salverda Omloop van de IJsseldelta, de EPZ Omloop van Borsele en een nationale wedstrijd als de Parel van de Veluwe. Of beter nog bij de organisaties van de Hills Classic, de Ronde van Gelderland, de Marianne Vos Classic, de Ster Zeeuwsche Eilanden en de Therme Kasseienomloop. Dat zijn de organisatoren die de handdoek al moesten werpen. Er zullen er meer volgen. Natuurlijk mag je niet verwachten - zoals Gelderland ooit deed - dat je alleen maar op de kalender hoeft te verschijnen en dat vervolgens alle Nederlandse toppers aan het vertrek komen. Dat is bij de mannen ook niet zo. Tom Dumoulin, Bauke Mollema, Wilco Kelderman, Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen worden maar zelden in de 1.1-wedstrijden in ons land gezien. Maar andere profs wel. Bij de vrouwen wil niet alleen de top, maar ook de laag daaronder koersen in het buitenland. Niets mis mee, maar wel als dat ook gebeurt op de momenten dat de Nederlandse organisatoren hun nek uitsteken om hun wedstrijd op de kalender te zetten. En ja, er is ook regelmatig overleg geweest wanneer dat dan beter zou kunnen. Maar die plekken op de kalender worden steeds schaarser. Wie weet hoeveel moeite het kost om in Nederland nog te organiseren, snapt dat steeds meer Nederlandse organisatoren er de brui aan geven. 'Voor wie doe ik dit nog' hoor je menigeen roepen als niet alleen Anna van der Breggen, Annemiek van Vleuten en Marianne Vos niet meer aan de start verschijnen, maar ook de subtop en zelfs de laag daaronder hun kat sturen, om het maar eens in het Vlaams uit te drukken. Natuurlijk is opleiding belangrijk, maar hoeveel rensters van de tweede of derde laag rijden dergelijke topwedstrijden uit. Is hun sponsor er meer bij gebaat dat ze op de startlijst staan van een buitenlandse koers van naam - maar dan ook niet meer dan dat - of wanneer ze een topklassering kunnen behalen in eigen land? In een koers die hen misschien gewoon wel beter ligt. 

We zagen het eerder in de veldritwereld gebeuren. Waar menig Belgische veldrijdster verzucht waar die Hollandse toppers allemaal vandaan komen, verzucht de organisatie in Nederland dat ze hun toppers alleen op TV zien. In het vrouwenwielrennen verdwijnt in Nederland koers na koers na koers. En met die wedstrijden soms ook de junior-vrouweneditie. Ja er zijn nieuwe initiatieven, maar heel vaak halen die hun vijfde verjaardag niet. Waar moeten in de toekomst die Nederlandse vrouwen - die niet direct al vanaf de jongeren categorieën een UCI-team vinden - dan leren fietsen? Als er geen wedstrijden en (een ander probleem) geen teams meer zijn om zichzelf te ontwikkelen. De belangen van de nationale UCI-vrouwenteams zijn groot - en Parkhotel Valkenburg was een nadrukkelijke uitzondering de afgelopen jaren - en verschillen soms met de organisatoren in Nederland. Maar zij halen in de toekomst net zo gemakkelijk hun talenten elders. Mij maak je niet wijs dat je nieuw talent blijft opleiden als de basis wordt vergeten. Het is geen nieuwe boodschap, maar het is vijf voor twaalf. Waarvan akte.

Roy Schriemer

Foto: © Sportfoto

 


Eerder...

Blog Nieuwsberichten

Powered by Manieu.nl