Volg ons



interviewt
Huib Kloosterhuis: 'Ik overwoog te stoppen'

Huib Kloosterhuis: 'Ik overwoog te stoppen'

Zaterdag 27 april 2013

Interviews - Huib Kloosterhuis knikt. 'Er is te weinig gedaan door de bond om de dopingcultuur te beteugelen', bekent de directeur van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie. 'Terugkijkend met de waarden en normen van nu moet ik constateren dat het vroeger blijkbaar niet relevant was er wat aan te doen.'

Tekst: Edo Sturm, Foto: Sportfoto
 
Kloosterhuis moet er om glimlachen, de tijdstraf voor Joop Zoetemelk en de verhalen over de inventiviteit van Michel Pollentier met zijn 'peertje' ruim vijfendertig jaar geleden (een rubberen ballonnetje gevuld met dopingvrije urine). Een uiting van de tijdsgeest, zegt Kloosterhuis aan tafel in zijn kantoor in het Huis van de Sport in Nieuwegein. Net zoals de recente biografie van Tyler Hamilton 'De wielermaffia' op zijn tafel, waarin de ex-ploeggenoot van Lance Armstrong verhaalt over perverse zaken als het aanzetten tot dopinggebruik. Ook een tijdsbeeld, meent Kloosterhuis.
 
Overwogen te stoppen
"Ik heb na dat boek heel even overwogen te stoppen als directeur van de KNWU. Dit is niet de wereld waarin ik werkzaam wil zijn, waarin renners lachend naalden in colablikjes uit de bus smokkelden. Ik voelde mij buitengewoon naïef ook." Fietsend met zijn zoon realiseerde Kloosterhuis dat zijn plezier voor de wielersport er niet minder om is geworden.
De bond kreeg na het Usada-rapport en het daaropvolgende besluit van de Rabobank met zijn profploeg te stoppen, de nodige kritiek te verduren. Had de wielerbond niet eerder moeten ingrijpen, klonk het verwijt. "Ik denk dat je pas achteraf kunt bepalen of het terecht is. Het is nu nog te vers, vind ik." Kloosterhuis wacht liever het oordeel van de commissie Anti-Doping Aanpak onder leiding van oud-minister Sorgdrager af, die in kaart moet brengen waar het mis is gegaan en wat er te verbeteren valt. "Wat mij stoort, is dat ik de kritiek via andere kanalen moet vernemen. Neem het interview met Iwan Spekenbrink (ploegbaas Agros-Shimano -red.) in De Telegraaf zaterdag. Ik moet in de krant lezen dat wij nauwelijks iets doen aan dopingvoorlichting, terwijl in de vier jaar dat ik directeur ben ik nog nooit een telefoontje van Iwan heb gehad. Kritiek op de KNWU is prima. Wij zijn altijd bereid de discussie aan te gaan. Maar niet zo."
 
Verantwoording
De KNWU neemt wel degelijk zijn verantwoording, stelt Kloosterhuis. "We hebben jaarlijks voorlichtingsbijeenkomsten met de nationale selecties. Het is echter lastig iemand daarin op te leiden. Altijd is er de afweging, een duivels dilemma zo je wil, in hoeverre je moet gaan met vertellen hoe doping in elkaar steekt. Leg je uit hoe je een bank moet overvallen?"
En wat professionele wielrenners vervolgens tot zich nemen, welke grenzen ze aftasten, is 'hun beroepsuitoefening, hun keuze', stelt de KNWU-directeur. "Wij definiëren de grenzen." Die kunnen soms bijzonder troebel zijn. Een jeugdrenner die om paracetamol vraagt vooraf aan een wedstrijd moet op de risico's worden gewezen. Kloosterhuis: "En in de topsport zijn dergelijke pijnstillers geaccepteerd."
Er is een groot grijs gebied erkent Kloosterhuis. "De vraag is bijvoorbeeld of de 'no needle policy' niet te ver gaat? Als een coureur uitgedroogd over de finish komt, krijgt hij geen infuus meer met zoutoplossing. De consequentie is dat je hem naar de eerste hulp moet brengen."
 
Minder geld
Niet alleen de KNWU stelt zich tegenwoordig vragen, merkt Kloosterhuis terloops op. De nieuwe lichting renners doet hetzelfde. Graag meer dopingcontroles, is hun oproep.
Daarmee kaart Kloosterhuis meteen een samenhangend probleem aan: "geld voor meer controles is er in toenemende mate minder". De inkomsten van de bond staan onder druk. Door regeldruk, de financiële lasten, onder meer door het dopingvraagstuk, vreest de KNWU de effecten voor later. "Rabo die als sponsor wegvalt, de stijgende kosten aan advocaten, dopingzaken en arbeidskwesties. Een oplossing zou een fusie met de Nederlandse Toerfiets Unie zijn. Een andere is dat wij samen met de Vacansoleilploeg op zoek zijn geweest naar een sponsor. Het economisch tij zit helaas behoorlijk tegen. En het vinden van een Nederlandse sponsor voor een mondiale sport is sowieso lastig."
"Het is geen noodkreet, maar door het afhaken van sponsoren zie je al jaren een daling van het aantal wedstijden. Dat betekent minder renners. En minder renners betekent een nog dunnere basis voor de KNWU. Dat is op lange termijn een nog veel groter probleem dan doping."


Eerder...

Interviews Nieuwsberichten

Powered by Manieu.nl